Alles begint bij het openen van het digitale archief. Zodra de foto’s op het scherm verschijnen, spatten de felle kleuren ervan af. De zon van Curaçao lijkt door het scherm heen te branden. Direct komen de herinneringen boven: ik voel de ziltige passaatwind weer en hoor het ritmische ruisen van de branding. Curaçao is als een oude vriend; de rimpels in het landschap zijn veranderd, maar de vrolijke ziel is onverwoestbaar gebleven.
Toen we zo’n derdig jaar geleden voor het eerst landden op Hato Airport, voelde de wereld wijdser dan ooit. Nog niet eerder waren we zo ver van huis geweest. Die eerste reis werd gemarkeerd door een onverwacht einde: ons reisbureau ging failliet en we strandden op het eiland. Maar zelfs de onzekerheid over de terugreis deerde ons niet.

In afwachting van onze terugreis dwaalden we nog een keer langs de ruige kusten en vonden rust op de bijna verlaten stranden. Enkele jaren later volgde een korte tussenstop toen we op weg waren naar Suriname, wat het verlangen naar een langer verblijf alleen maar aanwakkerde.
Warm welkom op Hato
Na jaren van afwezigheid besloten we tijdens grauwe, grijze januari-dagen in Nederland dat het tijd was voor een echt weerzien. Terwijl de regen tegen de ramen kletterde, boekten we onze vlucht naar de zon.

Het moment van landen op Curaçao herinneren we ons als een zintuiglijke explosie. Terwijl ik nu door de digitale foto´s blader, denk ik terug aan het moment waarop de deuren van het vliegtuig openden en die typische ‘föhnwind’ naar binnen blies. In gedachten ga ik weer terug naar het weerzien met het eiland, twee jaar geleden…
Terug naar Curaçao
Die krachtige, warme bries die direct de Nederlandse kou uit je vezels blaast. Het voelt als een dikke, warme deken die je omhelst en alle stress van de reis wegneemt. Terwijl we naar de huurauto lopen, weten we het zeker: de vakantie is echt begonnen.
Onze eerste weg voert naar de Handelskade. De pastelkleurige gevels van Punda, met hun karakteristieke trapgevels uit de 17e eeuw, staan te glimmen in de felle middagzon. Dit beeld is meer dan alleen een ansichtkaart; het is de hartslag van het eiland. Het is uniek omdat de Nederlandse architectuur hier een Caribisch jasje heeft aangetrokken, met kleuren die je in Amsterdam nooit zult zien.

Wandelen over de Koningin Emmabrug – de ‘Pontjesbrug’ – blijft een ervaring die je nergens anders ter wereld vindt. Je voelt de houten planken onder je voeten zachtjes meedeinen op de deining van de Sint Annabaai. Het is een prachtig schouwspel wanneer de sirene klinkt en de brug traag opzij draait om plaats te maken voor een roestige olietanker of een hagelwit cruiseschip.
Wat ons dit keer echter het meest opviel, was de transformatie van Pietermaai. Waar voorheen de muren afbrokkelden, vind je nu een bruisende smeltkroes van culturen en nationaliteiten. Hip geklede mensen nippen aan hun cocktails in prachtig gerestaureerde panden, terwijl een paar meter verderop een verlaten ruïne het verhaal vertelt van tijden die achter ons liggen. Deze dynamiek tussen groei en nostalgie geeft de wijk een ongekende energie.
Weerzien vanaf het dek

Terwijl we langs de kade lopen, gaan mijn gedachten terug naar 2014. Ik zie mezelf weer staan op het dek van het zeilschip de Eendracht. We kwamen uit Suriname en na dagen op de open oceaan doemden de contouren van Curaçao op in de vroege ochtend.
Met de wind in de zeilen de Sint Annabaai binnenvaren is een beeld dat ik nooit zal vergeten. Vanaf de kades zwaaiden wildvreemde mensen ons toe alsof we verloren zonen waren die eindelijk thuiskwamen. Vanaf het water zie je pas echt de strategische kracht van dit eiland. Het is een maritiem knooppunt waar de geur van diesel en zout water zich mengt met die van vrijheid.

Curaçao begrijp je pas als je het proeft. Voor de meest pure ervaring schuiven we aan bij de Marshe Bieu. Hier koken de ‘mosa’s’ nog op grote houtvuren. De geur van stobá (een kruidige stoofpot van geit- of rundvlees) trekt je naar de tafels. Het is er luidruchtig en heet, maar de gastvrijheid is grenzeloos. Terwijl we een portie goudgele funchi (maïsmeel) proeven, horen we het ritmische, warme Papiaments om ons heen. Het is een taal die klinkt als muziek, passend bij de lome hitte van de middag.
Wilde Westen, brullend water
Geen reis naar dit eiland is compleet zonder de tocht naar Westpunt. Waar Willemstad bruist, regeert hier de stilte. De weg voert langs historische landhuizen die als statige wachters in het dorre landschap staan.

Onze favoriete stop is de Grote Knip. Het water heeft hier een kleur blauw die zo intens is dat het bijna pijn doet aan je ogen. We staan op de rotsen en kijken uit over de baai. Ruim twintig jaar geleden stonden we hier ook; toen was het strand nog een goed bewaard geheim. Nu delen we het zand met lokale families en toeristen, hun koelboxen en hun vrolijke muziek. Juist die sfeer, die ongedwongenheid, laat zien dat de kern van Curaçao niet veranderd is.
Voor het rauwe contrast bezoeken we Shete Boka. Hier laat de zee haar kracht zien. Bij Boka Pistol wordt het oceaanwater met een donderende klap door de rotsen geperst, waarna het metershoog de lucht in spuit als een natuurlijk kanonschot. Het is een plek waar de natuur de baas is, omringd door metershoge cactussen en leguanen die onverstoorbaar in de brandende zon liggen.
Laatste groet onder de sterren

Onze reis sluiten we af op het balkon van De Gouverneur in Otrobanda. De zon is inmiddels gezakt en de lichtjes van de Handelskade en de pontjesburg beginnen te fonkelen in het zwarte water van de baai.
Curaçao verveelt nooit. Of je nu met je snorkel de onderwaterwereld bij de Tugboat verkent of simpelweg de tijd vergeet tijdens een zonsondergang bij Cas Abao; het eiland blijft je verbazen. Het is gegroeid en gemoderniseerd, maar die lome, kleurrijke sfeer is precies zoals we ons die herinnerden. Wanneer we weer in het vliegtuig stappen, weten we het zeker: dit was niet de laatste keer. Curaçao zit voor altijd in ons systeem verankerd.
Praktische Informatie voor je bezoek aan Curaçao
- Vliegtijd: ongeveer 10 uur vanaf Schiphol.
- Beste reistijd: januari t/m juni (minste neerslag, heerlijke passaatwind).
- Taal: Papiaments en Nederlands zijn de officiële talen. Engels en Spaans worden breed gesproken.
- Valuta: Antilliaanse Gulden (ANG), maar de Amerikaanse Dollar (USD) wordt overal geaccepteerd.
- Vervoer. Een huurauto is essentieel om de baaien van Westpunt en de landhuizen te bezoeken.
- Lokale gerechten. Probeer Stobá (stoofschotel), Karkó (kroonslak) en Funchi (maïsmeelgerecht).



Geef een reactie