Asilah, het witte stadje in Marokko.

Asilah, de witte parel

Onze eerste stop met de camper na de oversteek en de aankomst in Tanger Med is Asilah, het witte stadje. Dit is vaak ook de eerste halte voor degenen die na de tocht met de veerboot aan hun reis door Marokko beginnen. Hoewel we na de inspannende uren die achter ons liggen het liefst een dutje willen doen, dwingt de nieuwsgierigheid ons weer in actie te komen en wandelen we naar de medina.

Op Camping Echrigui, hebben we ondanks de wateroverlast door de hevige regenval van de afgelopen weken een droog plekje gevonden. Achter de camperplaats ligt de brede boulevard die naar het centrum van Asilah leidt. Onder een blauwe hemel en in een harde wind lopen we naar het dorp voor een eerste echte kennismaking met Marokko.

Met ongekende kracht rollen de golven het strand op. Zover we kunnen kijken, ontdekken we immense schuimkoppen. Zodra we dichterbij de medina van Asilah komen, zien en horen we de  Atlantische Oceaan met ongekende kracht tegen de kliffen en de oude stadsmuren beuken. 

Dit is niet de vriendelijke, blauwgroene zee die je kent van vakantiefoto’s; dit is grauw, grijs, wild en luidruchtig water dat het witte schuim meters de lucht in slingert. Onze brillenglazen worden wazig van het zout dat de wind meevoert en we voelen de zilte nevel op onze wangen, proeven het op onze lippen. Om boven het geluid van dit donderend geweld uit te komen, moeten we tegen elkaar schreeuwen.

Stad van Moulay Ahmed er-Raisuli

Asilah is een van de oudste steden van Marokko en wordt ook de ‘Andalusische stad’ genoemd, verwijzend naar de historische invloeden. Andere namen zijn Arcila (Spaans) of Arzila (Portugees). Rond 1500 voor Christus stichtten de Feniciërs hier een nederzetting. Na hen kwamen de Romeinen, die de stad Zilis noemden. Arabieren, Berbers, Portugezen, Spanjaarden, allemaal hebben ze hier, nog steeds duidelijk herkenbaar, hun sporen nagelaten.

Zo zijn de dikke stadsmuren en de torens uit de vijftiende eeuw het werk van Portugezen. In 1471 veroverden ze de stad en bouwden ze de vestingwerken die er nu nog staan. Na hen kwamen de Spanjaarden, daarna de Arabieren. In het begin van de twintigste eeuw resideerde hier even de beruchte Moulay Ahmed er-Raisuli, bandiet, krijgsheer en politiek strateeg tegelijk, in het in 1909 gebouwde  paleis recht boven de oceaan. 

Zijn levensverhaal laat zich lezen als een roman: hij ontvoerde Europese diplomaten, onderhandelde met sultans en Spaanse generaals, en woonde ondertussen in zijn paleis met uitzicht op het einde van de wereld. Dit gebouw bestaat nog. Als we erlangs lopen, proberen we ons voor te stellen hoe het was om hier te wonen, met de oceaan vlak voor je raam, wetend dat er altijd iemand was die je wilde vermoorden.

Doolhof van witte en blauwe muren

We stappen door de Bab Homar, een indrukwekkende zandstenen poort waar het Portugese wapenschild boven de doorgang nog steeds zichtbaar is. Nu we in de beschutting van de huizen en stadsmuren wandelen, valt de wind bijna weg. Nog steeds horen we het gebulder van de golven, maar de zee lijkt hier iets minder dreigend. 

Al slenterend dwalen we door de talloze smalle steegjes van de medina, een doolhof van witte en blauwe muren. Asilah is geen gewone plaats aan de kust; het is een kunstenaarsstad, en dat zie je overal. Op muren zijn schilderingen aangebracht. Bij tal van galeries en ateliers hangen de kunstwerken buiten.

Moussem Culturel International d’Asilah

Elk jaar in augustus organiseert de stad het Moussem Culturel International d’Asilah, een van de belangrijkste culturele festivals van Afrika. Kunstenaars uit tientallen landen komen dan naar de stad om de muren van de medina te beschilderen. Niet zomaar graffiti, maar grote, zorgvuldige, soms monumentale werken die de witte kalkstenen muren transformeren tot een openluchtmuseum.

We wandelen van schildering naar schildering. De ene keer een enorm abstract werk in okergeel en kobaltblauw dat de volle hoogte van een muur beslaat. Dan weer een portret van een Berbervrouw, haar ogen zo levensecht dat het lijkt of ze door je heen kijkt. Verderop ontdekken we een geometrisch patroon dat islamitische kalligrafie verweeft met moderne abstractie. 

Sommige werken zijn al jaren oud en vertonen de sporen van de nietsontziende werking van zon en zout; de verf bladdert aan de randen, de kleuren vervagen. Maar ook dat heeft iets aantrekkelijks. Alsof de stad de hedendaagse kunst langzaam in zich opneemt om ruimte te maken voor nieuwe creativiteit.

Mirador de Caraquia

Aan de zuidkant van de medina, vlak bij de oude Portugese stadsmuur, is een uitkijkpunt als onderdeel van de stadsmuur. Krikia Viewpoint, ook wel Caraquia Viewpoint of Mirador de Caraquia genoemd, steekt boven de Atlantische Oceaan uit Daar willen we naartoe. In het labyrint van steegjes raken we een beetje verdwaald, maar als we de zee steeds luider horen, weten we dat we in de juiste richting lopen.

Dan staan we ineens oog in oog met de woeste kracht van de Atlantische Oceaan. Het terras steekt als een soort pier de zee in. Onder ons spat de zee letterlijk uiteen tegen de muren van het bastion en de rotsen. 

Vanaf deze plek zijn al ontelbare foto’s van Asilah gemaakt. Net als van de Al-Qamra toren (Borj al-Hamra), de vierkante Portugese verdedigingstoren waar we langslopen nadat we bijna van de pier zijn geblazen. De blauwe deur, de verweerde stenen, de zeemeeuwen die krijsend rondcirkelen.

Vanuit de toren kijk je over de muren en de oceaan, en begrijp je waarom de Portugezen dit strategisch zo belangrijk vonden. Helaas ontbreekt ons de tijd om zelf de klim naar boven te maken. We passeren ook de Grote Moskee, herkenbaar aan haar unieke achthoekige minaret, een architectonisch kenmerk dat zeldzaam is in de rest van Marokko.

Verse vis en de weekmarkt

Helaas missen we de vismarkt, die is ’s ochtends vroeg op z’n levendigst en wij zijn te laat. Maar we ruiken het nog wel, de geur van verse vis, zout water en houtskool hangt nog in de lucht bij de kraampjes vlak buiten de medina. Ook de weekmarkt op donderdag (Souq as-Sabt) is een aanrader als je een authentieke ervaring wilt hebben.

Voordat we teruglopen naar de camper, bekijken we nog snel het paleis van Raisuni, dat nu exposities huisvest. De grote ramen kijken recht uit op de Atlantische Oceaan en zullen nu ongetwijfeld bedekt zijn met een laag zout, net als onze brillenglazen.

Terwijl we tegen de harde wind in koers zetten naar de camping, worden we aangesproken door een man die ons heel graag echte specerijen wil verkopen. Hij komt uit het zuiden, vertelt hij, en hij levert authentieke producten. Niet het surrogaat dat je in de supermarkt kunt kopen. Hij wil z’n handel zelfs naar de camping brengen. Natuurlijk ‘for a good price’. We moeten er nog aan wennen, maar ook dit is Marokko.

Asilah met de camper

  • Wij staan op Camping Echrigui, heel eenvoudig en volop achterstallig onderhoud, maar op loopafstand (2,5 kilometer) van de medina. Ook op de camping ernaast kun je terecht. 
  • Parkeren kan ook net buiten de muren van de medina.
  • Asilah heeft het hele jaar een aangenaam klimaat, maar in de winter kunnen er regelmatig stormen over de stad trekken. 
  • In augustus is het druk vanwege het festival en de muurschilderingen. In de herfst en het vroege voorjaar heb je de stad grotendeels voor jezelf.
Gepubliceerd in:

2 reacties op “Asilah, de witte parel”

  1. Ireen Wetzels avatar
    Ireen Wetzels

    Mooi verslag en duidelijk

    1. Cees van Dijk avatar

      Dank voor je compliment. Blijf ons volgen, want er komen nog veel nieuwe artikelen aan. Schrijf je in voor de NOMAS nieuwsflits dan mis je niets. Vink’ Stuur mij een bericht als er een nieuw artikel is gepubliceerd’ aan.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *