Marrakech spreekt al eeuwen tot de verbeelding, en terecht. Wie er een dag doorheen trekt, ontdekt dat de stad twee gezichten heeft. Overdag is het druk; verkopers en straatartiesten bestoken de toeristen. Na zonsondergang, wanneer de temperatuur daalt, de kraampjes verschijnen en het Djemaa el-Fna zich ontvouwt als een bloemkelk die pas bij het invallen van de duisternis opengaat, verandert de stad. Tevoren wisten we niet welk gezicht we tegen zouden komen. We ontmoetten ze allebei.
Bij ons vertrek uit Ouzoud begaan we een blunder van de eerste orde. Ons afscheid is een beetje hectisch. Zo gaat dat als je op een camping staat waar de gesprekken vanzelf gaan: met de beheerder, met andere reizigers, met Myran van Endless on Wheels, die ons overvalt met een camera en direct een diepte-interview houdt voor haar YouTube-kanaal. We praten, we lachen, en voor we het weten staat de camper klaar voor vertrek, maar de rekening is nog niet vereffend. Bijna zouden we wegrijden zonder te betalen.
Met de Atlas als décor

Nadat we hebben afgerekend en met een “Goede reis” en “Bon voyage” vertrekken, rijden we bijna een uur lang met de besneeuwde toppen van de Atlasgebergte aan de horizon. Links, soms recht voor ons. Sneeuw steekt scherp af tegen de helblauwe lucht die een koud, helder licht op de weg werpt. Langzaam dalen we af naar het laagland.
Als we even stoppen langs de kant van een bijna verlaten weg klinkt achter de camper geblaat. Een schaapherder trekt met zijn kudde voorbij; de dieren stromen als een vuilwitte golf achter ons langs. De herder zwaait, we zwaaien terug. Geen woorden nodig.
Marrakech ligt zo’n 70 kilometer van de voet van de Atlas. Wie de stad vanuit het oosten nadert, beseft pas hoe bijzonder de ligging is: bijna een miljoen inwoners, genesteld aan de rand van een gebergte dat op sommige plekken boven de 4.000 meter uittorent. De Jbel Toubkal, op 4.167 meter het hoogste punt van Noord-Afrika, is op heldere dagen vanuit de stad te zien.
Marrakech prikkelt de fantasie

Camping Le Relais in Marrakech is een van die plekken waar je als camperaar in Marokko geen klagen hebt: alle faciliteiten, een zwembad, ruime plekken, schaduw, een restaurant en broodservice in de ochtend. Bij de receptie regelen we een taxi, 250 dirham voor de heen- en terugtocht. Rond vier uur ’s middags staat hij klaar voor de ingang van de camping, precies zoals afgesproken.
Als de taxichauffeur ons afzet aan de rand van de medina van Marrakech wijst hij nadrukkelijk op de sticker op het voorportier. “Numero sept trois sept,” zegt hij. “Onthoud dat en neem geen andere taxi, want om acht uur kom ik u hier weer halen.” We maken een foto van het nummer.
Marrakech is een stad die al meer dan duizend jaar de fantasie prikkelt. Gesticht rond 1070 door de Almoraviden, is de medina een UNESCO-werelderfgoed met een labyrint van nauwe straatjes, paleizen en moskeeën. Het hart ervan is het Djemaa el-Fna: een plein dat al bijna tien eeuwen het middelpunt van de stad vormt en door UNESCO erkend is als Meesterwerk van het Orale en Immaterieel Erfgoed.

Overdag, gemengde gevoelens
Laten we eerlijk zijn: de eerste uren valt het sfeertje ons wat tegen. Overal op het plein lopen vooral toeristen, straatmuzikanten spelen op trommels en fluiten, hun hoed in de aanslag voor een fooi, mannen lopen rond met een aapje aan een ketting. Als ik snel een foto van een slangenbezweerder wil maken wordt hij agressief als zijn fooi hem te mager lijkt.
We volgen ons een beetje ongemakkelijk en gaan iets drinken op een van de vele terrasjes aan de rand van het plein. Ook hier hebben we niet het gevoel dat toeristen meer zijn dan geldmachines. Met gemengde gevoelens kijken we naar de activisten op het plein. Nee, we krijgen er niet direct een warm gevoel bij.

Dan trekken we de souk in. Hier begint een ware strijd om te overleven. Voortdurend springen we opzij voor scooters die met ongekende snelheid tussen de drommen mensen door laveren. Soms is de lucht verzadigd van de uitlaatgassen. Maar de souk is ook: een waaier van kleuren en een kakofonie van geluiden.
Verdwalen in de souk
Al snel raken we een beetje verdwaald, want de souk is als een rivier met honderd zijstromen. Telkens als je denkt de richting te weten, word je meegetrokken door een steegje dat je niet had zien aankomen. En dan weer een, en nog een. Zijn we hier al eerder geweest? Moeten we naar links? Nee toch naar rechts? Of niet? Verwarrend, eigen aan Marrakech.

Vanaf een van de dakterrassen heb je een prachtig uitzicht op het plein, zeker als de zon ondergaat, was ons gezegd. Dus reserveren we een tafeltje. Even later staat dampende tajine voor ons terwijl de zon langzaam wegzakt achter de slanke minaret van de Koutoubia-moskee. Langzaam wordt het licht oranje, dan roze, dan vult de hemel zich met een gouden gloed. In de verte zien we de besneeuwde toppen van Atlas. Dit is een herinnering aan de rit van vanmorgen.
Na zonsondergang, alles verandert
Langzaam ondergaat het plein een gedaantewisseling. Kraampje na kraampje verschijnt op het plein. Wat overdag ongemakkelijk aanvoelde, vult zich nu met tientallen eettentjes en talloze marktkraampjes. Overal wordt gegeten, gelachen, geroepen, gezongen. Het heeft iets weg van een familiefeestje waarvoor iedereen: luid, warm, zonder de scherpe kanten van overdag.

Bij elke eettent doen mannen, een menukaart in de hand, hun best ons aan tafel te krijgen. Ik wijs op mijn buik. “Ik heb al gegeten.” De verkoper kijkt me ernstig aan: “Oh, vous attendez un bébé? Komt u de volgende keer eten?” Inshallah. Dat zullen we zeker doen. Ondanks de maaltijd die we net achter de kiezen hebben, krijgen we weer een beetje trek. Zeker als we door een wolk van geuren lopen.
Voordat we de sfeervolle drukte van het plein achter ons laten, kopen we bij een mobiel kraampje een doosje koekjes. Zoveel keuze, wat zullen we meenemen? “Pas de problème. Proef maar”. Na enig aarzelen, pakken we er ieder een. Mierzoet verwachten we, maar ze zijn subtiel van smaak: amandel, oranjebloesem, een vleugje kaneel. Voor vijf euro kopen we een doosje. Ongetwijfeld te duur, maar de belevenis is ook wat waard.

Taxi 737 komt er aan
Om acht uur staan we op de afgesproken plek, vlak bij de moskee. Geen taxi. Vijf minuten, tien minuten. Dan komt hij aanrijden. “Excuse moi, beaucoup de trafic.” Dat kunnen we ons voorstellen: eerder op de dag zaten we al met doodsverachting in zijn taxi door het chaotische verkeer. Op de camping had iemand ons al gewaarschuwd. “Ik kom uit Amsterdam,” zei hij. “Ben wel wat gewend, maar hier ga ik echt niet rijden.” We begrijpen het volkomen.
Terug op Le Relais laten we op het terras de dag de revue passeren. Marrakech: je moet het gezien hebben als je in Marokko bent, dat staat vast. Overdag vonden wij het Djemaa el-Fna wat tegenvallen, weinig sfeervol, met dierenshows die eerder triest dan vermakelijk zijn.
Na zonsondergang was de stad een ander verhaal, ontspannen en levendig op een manier die uitnodigt in plaats van opdringt. Bij een volgend bezoek gaan we zeker aan een van de tentjes op het plein eten. Inshallah.
Praktische informatie
- Camping Le Relais, Marrakech. Alle faciliteiten aanwezig, waaronder een zwembad en een restaurant. Broodservice in de ochtend. Het restaurant is ook open tijdens de ramadan; alcoholhoudende drank wordt geschonken.
- Taxi naar de medina. Reserveer via de receptie van de camping. Prijs: 250 dirham retour. Reistijd circa 30 minuten per rit, afhankelijk van het verkeer. Noteer het taxinummer en maak een vaste afspraak voor de rit terug.
- Djemaa el-Fna. Bezoek het plein bij voorkeur twee keer: overdag voor de souk en laat de sfeer op je inwerken. Na zonsondergang voor de eettentjes en muzikanten. Wat ons betreft is de avond het vriendelijkste gezicht van dit plein.
In ons vorige blog las je hoe we de Cascades d’Ouzoud ontdekten. Na Marrakech rijden we naar Essouira waar we onze ogen uitkijken bij de vissershaven en ons eerste glas muntthee geserveerd krijgen.
Wat vind je van dit bericht? Laat hier een recensie achter op Google. We zijn heel benieuwd naar je mening.


Geef een reactie