Ronda is niet zomaar een pueblo blanco in Andalusië; het is een stad vol dramatiek, geschiedenis en pure romantiek. Onder ons gaapt de El Tajo-kloof, een scheur in de aarde van bijna honderd meter diep die de stad in tweeën splijt. Het is duizelingwekkend, maar vooral betoverend mooi.
In dit artikel nemen we je mee door de straten van deze bijzondere stad, duiken we in de geschiedenis en delen we onze beste tips voor jouw bezoek, inclusief een perfecte plek voor de camperaar.
Architectonisch wonder

Ronda voelt als een dialoog tussen twee tijdperken. De diepe kloof, uitgesleten door de rivier de Guadalevín, scheidt de stad in twee delen: La Ciudad, het oude Moorse gedeelte, en El Mercadillo, het nieuwere gedeelte dat ontstond na de christelijke herovering.
De verbinding tussen deze twee werelden is de Puente Nuevo. De naam ‘Nieuwe Brug’ is ietwat misleidend, want dit architectonische wonder stamt al uit de achttiende eeuw. Als je over de brug loopt, voel je de grootsheid.
Bekijk de brug niet alleen van bovenaf
Er loopt een wandelpad naar beneden (wees gewaarschuwd: de terugweg is pittig), vanwaar je pas echt ziet hoe de brug naadloos overgaat in de rotswand, alsof de steunpilaren uit de berg groeien. Het uitzicht vanaf hier, met de witte huizen die balanceren op de rand van de klif, is hét beeld dat op ons netvlies is gebrand.
Dwalen door de Moorse geschiedenis

Zodra we de brug oversteken naar La Ciudad, verandert de sfeer. De straten worden smaller, kronkeliger en stiller. Hier ademt Ronda nog steeds de sfeer van de Moorse overheersing. We lopen langs witgekalkte gevels met smeedijzeren hekwerken waar kleurrijke bloempotten aan hangen.
Een absolute aanrader hier is het Palacio de Mondragón, ooit de residentie van de Moorse koning Abomelik en later van het katholieke koningspaar Ferdinand en Isabella. De binnenplaatsen zijn oases van rust, met kabbelende fonteintjes en prachtige mozaïeken. De tuinen bieden bovendien een spectaculair uitzicht over de vallei, maar dan zonder de drukte van de brug.
Iets verder naar beneden, bijna op het niveau van de rivier, zijn de Baños Árabes (Arabische baden). Dit zijn de best bewaarde badhuizen van Spanje. Hier valt het zonlicht door de stervormige openingen in het dak naar binnen. Dat zorgt voor een mystiek schaduwspel op de eeuwenoude stenen. Dit is de plek waar mensen eeuwen geleden samenkwamen om nieuwtjes uit te wisselen.
Ronda, bakermat van het stierenvechten


Terug in het nieuwere gedeelte, El Mercadillo, stuiten we op een ander stuk cultureel erfgoed: de Plaza de Toros. Zelfs als je, net als wij, geen voorstander bent van het stierenvechten, is dit gebouw indrukwekkend. Het is een van de oudste arena’s van Spanje.
De arena ademt historie. Beroemdheden als Ernest Hemingway en Orson Welles waren verknocht aan deze plek en aan Ronda in het algemeen. Hun liefde voor de stad zie je terug in de promenades rondom de arena. Het bijbehorende museum geeft een fascinerend inkijkje in de traditie, de kleding en de rol die de Real Maestranza (de koninklijke ruiterschool) hier speelt.


Bandieten in de struiken
Ronda heeft ook een ruiger randje. In de negentiende eeuw was de onherbergzame omgeving rondom de stad het domein van de Bandoleros, de Spaanse struikrovers. Ze beroofden rijke reizigers en vochten tegen de Franse troepen van Napoleon.
In het Museo del Bandolero leer je alles over deze figuren, die vaak een Robin Hood-achtige status hebben in de lokale folklore. Het geeft ons bezoek meer diepgang als we beseffen dat de romantische bergen om ons heen ooit het domein waren van bandieten.
Proef de smaak van de bergen
Als je van al dat wandelen trek krijgt, geen probleem. Gelukkig stelt Ronda op culinair gebied niet teleur. Net als in elke Spaanse stad en in ieder dorp is hier aan eet- en drinkgelegenheden geen gebrek. De regio staat bekend om zijn wijnen. De Serranía de Ronda produceert uitstekende rode wijnen die je in de vele bodega’s in en rond de stad kunt proeven.

Ga je ergens gaat zitten voor de lunch, zoek dan naar de lokale specialiteit: Rabo de Toro (gestoofde ossenstaart). Het vlees is zo mals dat het van het bot valt en de saus is rijk en diep van smaak. Voor de zoetekauwen is er Yemas del Tajo, een gebakje gemaakt van eigeel en suiker. Mierzoet, maar perfect bij een kop sterke koffie – een café solo – op een terrasje.
Bij veel bezoekers is Bar El Lechuguita populair. Het is er vaak druk en luidruchtig, precies zoals een goede tapasbar hoort te zijn. Je vult een papiertje in met wat je wilt hebben en voor je het weet staat je tafel vol met kleine lekkernijen.
Witte dorpen en ruige natuur
Hoewel je je makkelijk twee dagen in Ronda zelf vermaakt, nodigt de omgeving uit tot verkenning. Ronda is de perfecte uitvalsbasis voor een tocht langs de Pueblos Blancos, de befaamde witte dorpen van Andalusië.
Toen we hier jaren geleden voor het eerst waren, maakte een hotelgast ons attent op een bijzonder dorp: Setenil de las Bodegas. Uniek omdat de huizen niet op, maar in en onder de rotsen zijn gebouwd. Je loopt door straten waar de rotswand als een natuurlijk dak boven je hoofd hangt. Het is surrealistisch en fotogeniek. Daar gaan we zeker nog een kijkje nemen voordat we doorreizen naar Cordoba.

Voor natuurliefhebbers ligt het natuurpark Sierra de Grazalema om de hoek. Hier vind je ruige kalksteenlandschappen en de zeldzame Spaanse zilverspar. Het is een paradijs voor wandelaars en vogelaars. Bij ons eerdere bezoek aan Ronda, een paar jaar geleden, zijn we hier geweest. Het is werkelijk de moeite waard als je de omgeving wilt verkennen.
Praktische tips voor je bezoek
Andalusië staat bekend om zijn hitte. In de zomermaanden (juli en augustus) loopt de temperatuur in Ronda makkelijk op tot 40 graden. Omdat je in een stad veel loopt en klimt, is dit niet ideaal.
- Beste reistijd
- Daarom is de beste reistijd het voorjaar (april-juni) of het najaar (september-oktober). De natuur is in de lente op zijn mooist, groen en vol bloemen. In de winter kan het er, door de hoge ligging, verrassend fris zijn.
- Met de camper naar Ronda
- Reis je, net als wij vaak doen, met de camper? Parkeren in het centrum van Ronda is met een groot voertuig een uitdaging. Wij vonden er wel een plekje, maar toen we de parkeerplaats verlieten, kwamen we in smalle straatjes terecht. Het lukte maar net om zonder schade de stad uit te komen.
- Alternatief
- Een betere optie is Camping El Sur. Deze ligt op ongeveer twee kilometer van het centrum. Er zijn voorzieningen en er is een restaurant. Vanaf de camping loop je in ongeveer twintig minuten naar de brug, maar er stopt ook een bus voor de deur en een taxi is niet duur.
- De officiële camperplaats bij het station, maar die is vaak vol en sfeerloos (gewoon een parkeerplaats).
advertentie


Dit is deel VII van onze rondreis door Andalusië. Eerder publiceerden we artikelen over Mojacar, Nerja, Frigiliana, Mijas, Gibraltar en Tarifa. In de volgende editie brengen we een bezoek aan Setinel de las Bodegas.



Geef een reactie