In al die jaren dat we op het IJsselmeer hebben gezeild, zijn we nog nooit in het kommetje bij het Stoommuseum in Medemblik geweest. Prachtige plek waar je beschut kunt liggen voor bijna alle winden. Strandje in de buurt. Er is zelfs een steiger waar je comfortabel uit je bijboot kunt stappen om even de benen te strekken tijdens een wandeling. Er is echter ‘één maar’.
Denk je rustig voor anker te liggen op een van de mooiste plekjes van het IJsselmeer, wordt de rust wreed verstoord door een achterlijke gladiool die met zijn jetski als een volslagen idioot langs de geankerde zeilboten raast. Dat er ook nog zwemmers in het water zijn, komt blijkbaar helemaal niet in zijn botte hersens op.
Je vraagt je toch echt af wat iemand bezield om in een baaitje waar een aantal jachten een ankerplek heeft gevonden zo stom tekeer te gaan. En dat terwijl er een enorm IJsselmeer op hem ligt te wachten. Als de eikel in de gaten heeft dat ik hem film, komt hij met veel bravour zijn capriolen rond onze boot uitvoeren. Flinke vent met duidelijk meer spieren dan hersens.
Enkhuizen, Stavoren en Makkum
Goed ik ben mijn ergernis kwijt. Terug naar de geneugten van het zeilen. Afgelopen dagen hebben we een klein rondje gemaakt. Na drie nachten in Medemblik, waar we natuurlijk bij de stoomtram gingen kijken, wilden we naar Stavoren, maar de harde wind dwong ons de koers te verleggen. Zo kwamen we weer in Enkhuizen terecht waar we ons anker uitgooiden in het bekende kommetje bij de Compagnieshaven.
Na een tussenstop In Stavoren zeilden we naar Makkum. Vanwege het op handen zijnde slechte weer – er werd veel wind verwacht en het zou ook niet droog blijven – zochten we een plekje in de gemeentehaven. Daar was nog net ruimte bij een kopse steiger achter de enorme loods van scheepswerf Feadship, bouwer van superjachten. Niet de meest idyllische plek, maar zo lagen we in ieder geval lekker beschut tegen de westelijke winden.
Smalle boxen in Makkum
Niets ten nadele van Makkum, maar vrijwel alle boxen zijn te smal voor de huidige generatie zeiljachten. Diverse keren zagen we schippers die vol goede moed een box indraaiden en dan klem kwamen te zitten tussen de palen.
Drie dagen houden we de plek bezet. Niet alleen vanwege de weersomstandigheden ook door onverwachte ontmoetingen met oude bekenden blijven we in de haven. Harde wind en stevige regenbuien creëren een herfstachtige sfeer.
Zodra het weer opknapt gooien we de trossen los om een paar honderd meter verder het anker te laten vallen. Aanvankelijk staat er nog flink wat wind, maar tegen de avond wordt het stil. Als de muggen, die in enorme aantallen tot de aanval overgaan, niet voor de nodige onrust hadden gezorgd, zouden we zowaar een romantische avond hebben beleefd. Compleet met een glaasje wijn, de olielamp en een indrukwekkende zonsondergang.
Voor anker bij het Stoommuseum
Van een zeilkennis kregen we onlangs het advies om voor anker te gaan in het kommetje bij het Stoommuseum in Medemblik. Dus gaan we ankerop en zetten we koers naar de Noord-Hollandse kust. Voor het eerst zeilen we door het windpark Fryslân.
Hoewel wij altijd het idee hebben dat we een flinke boot bezitten, voelen we ons klein en nietig tussen deze gevaarten. Van de 89 turbines maaien de wieken met een zoevend geluid door de lucht terwijl wij met een snelheid van niet meer dan een paar knopen richting Medemblik gaan.
Aan het einde van de middag gooien we het anker uit in de baai op een paar honderd meter van het Stoommuseum. Hier kunnen we de harde wind afwachten die wordt verwacht. Voorlopig wijst niets er op dat het pittig zal gaan waaien. Zodra het water als een spiegel zo glad is en de zon achter de bomen is verdwenen, bereiden we ons opnieuw voor op de komst van het muggenleger. Dit keer geven we ze geen kans om onze nachtrust te verstoren.
Geef een reactie